Economisch nieuws‎ > ‎Archief 2010‎ > ‎

Langer werken loont nauwelijks in België

Geplaatst 9 nov. 2010 08:02 door admin Oostendewerkt.be   [ 9 nov. 2010 08:02 bijgewerkt door Nathalie De Weerdt ]

Vroeger stoppen met werken voel je nauwelijks in je pensioen in België; langer werken wordt hier ook nauwelijks beloond. Elders in de EU is men al verder, zo schrijft De Standaard.

Dat blijkt uit de cijfers die de EU verzamelde voor haar Groenboek Pensioenen. Twee jaar langer werken op het einde van de loopbaan levert hier minder dan 4 procent extra pensioen op. Elders is dat meestal tussen 6 en 14 procent. Twee jaar vroeger stoppen levert hier een pensioenverlies van zowat 3 procent op; in andere EU-landen is dat 5 tot 12 procent.

Zo wordt het natuurlijk moeilijk om de 55-65'ers te motiveren tot langer werken. België heeft kleine bonussen voor wie na z'n 62ste werkt (60 voor ambtenaren) en heeft de normale aftrek voor wie vervroegd op pensioen gaat, afgeschaft. De meeste landen hebben die aftrek laten bestaan of hebben die intussen wederingevoerd.

Op de EU-conferentie van de afgelopen dagen in Luik over dat Groenboek waren wel meer beleidsvergelijkingen te maken. Er kwamen ministers uit tal van EU-landen getuigen over ‘de moeilijke beslissingen' die ze de afgelopen jaren hebben genomen om hun pensioenstelsels klaar te maken voor de toekomst. België heeft nog geen moeilijke beslissingen genomen. Het weet al wel welke moeilijke beslissingen het niét wil nemen: niet raken aan de ambtenarenpensioenen, niet raken aan de pensioenleeftijd, geen malus invoeren voor wie vroeger vertrekt.

De leeftijd optrekken, doen de meeste landen niet om in het algemeen te bezuinigen, maar met een specifieke bedoeling: de stijgende levensverwachting opvangen. De Europeaan wordt almaar ouder: elk jaar stijgt de levensverwachting met enkele maanden.

Een andere moeilijke beslissing die elders al genomen is maar die hier moeilijk valt, is de afschaffing van het brugpensioen: een voor-pensioen betaald door de werkloosheidsverzekering.

De meeste landen hebben de generositeit van de ambtenarenpensioenen al verminderd. Onze overheid wil daar niet van weten. Die pensioenen zijn hier nochtans tweemaal zo hoog als de werknemerspensioenen en viermaal zo hoog als die van de zelfstandigen.

Haast overal zijn de jongste jaren extra maatregelen genomen om de aanvullende bedrijfspensioenen verder te ontwikkelen. Ons land was daarmee erg laat, en die pensioenen ontwikkelen zich hier traag. Als het beleid niet verandert, zullen ze in ons land in 2046 amper goed zijn voor 20 procent van het inkomen van gepensioneerden, terwijl dat elders meer zal zijn.

De Belgische pensioenen (behalve die van de ambtenaren) behoren nochtans bij de laagste in Europa, leren de EU-statistieken. Ze zijn ook zeer sterk degressief: wie een laag loon had, heeft een pensioen dat aanleunt bij 80 procent van zijn vroeger salaris; wie een gemiddeld of hoger loon had, houdt vaak maar 50 procent en soms nog minder over.

Michel Jadot, voorzitter van de Belgische Pensioenconferentie die er nooit kwam, wees in Luik op de Belgische pensioenparadox: 23 procent van de Belgische pensioenen ligt beneden de Europese armoedegrens en toch geven onze gepensioneerden evenveel uit als de Zwitsers en de Zweden. Ons pensioenstelsel is zwak, maar de gepensioneerden die veel gespaard hebben, zijn rijk.

Overigens was het op de EU-conferentie in Luik niet allemaal kommer en kwel voor de gepensioneerden.

De aftredende Nederlandse minister van Sociale Zaken, Piet Hein Donner, gaf toe dat er in zijn land zelfs weerstand groeit: omdat veel gepensioneerden, ondanks recente inleveringen, een hoger inkomen hebben dan veel werkenden.

Comments