Belg is spaarkampioen

Geplaatst 9 nov. 2010 07:47 door admin Oostendewerkt.be   [ 9 nov. 2010 07:47 bijgewerkt door Nathalie De Weerdt ]

Gemiddeld spaart een Belg jaarlijks ongeveer 3.500 euro. Dat komt overeen met 16,7 procent van het beschikbare inkomen, of één op zes euro. Daarmee zijn we de beste spaarders van heel Europa, zo bericht Het Nieuwsblad.

Van het totale beschikbare gezinsinkomen van 207 miljard euro spaarden we in 2008 dik 35 miljard euro. We zetten allemaal samen dus 16,7 procent van ons inkomen opzij. Dat is, zo blijkt uit nieuwe cijfers van de Nationale Bank, een stuk meer dan tot nu toe werd aangenomen.

Het nieuwe percentage katapulteerde ons land meteen naar het niveau van Duitsland en Oostenrijk, de spaarkampioenen van Europa. Gemiddeld werd vorig jaar in de eurozone één euro op zeven gespaard. In de Europese Unie was dat één op negen.

Midden dit jaar was de 'spaarquote', zoals economen de verhouding tussen het beschikbare inkomen en de hoeveelheid spaargeld noemen, voor de eurozone echter ook al opgelopen tot 16,5 procent. Voor de hele EU is ze gestegen tot 14,4 procent. Voor ons land zijn nog geen cijfers voor 2009 gepubliceerd.

Die stijging is logisch, vindt Philippe Ledent van ING België. Bij het begin van het decennium, toen op de beurzen de internetzeepbel net uiteengespat was, klom de spaarquote zelfs naar bijna 18 procent, voorlopig het hoogste peil ooit. Nadien is de verhouding tussen het beschikbare inkomen en het spaargeld systematisch gedaald, tot iets meer dan 15 procent in 2005. Nadien ging ze echter snel weer omhoog.

Ledent ziet een duidelijk verband met de evolutie van de conjunctuur. De eerste helft van het decennium deed Europa het economisch goed. Niemand was toen bang om zijn baan te verliezen, en dus zagen de gezinnen geen reden om evenveel te blijven sparen.

Bovendien slaagde de overheid er tussen 2002 en 2005 in de schuldenlast terug te dringen en de begroting in evenwicht te houden. De schrik voor een eventuele belastingverhoging ebde weg en de spaarneiging verminderde.

Na 2005 werd de financiering van de vergrijzing een belangrijk thema. Het besef groeide dat tijdens de goede jaren te weinig inspanningen waren geleverd om de overheidsfinanciën te saneren.

Tegelijk blijkt dat de spaarquote de jongste jaren merkelijk sneller is gestegen dan het bedrag dat we met z'n allen bij de bank op de beurs belegden. Het grootste deel van onze bijkomende spaarinspanningen gingen naar het aflossen van hypothecaire leningen. De baksteen in de maag van de Belg verklaart dus voor een flink stuk zijn neiging om veel te sparen.

Het spaargedrag is echter ook afhankelijk van de leeftijd. Jonge gezinnen sparen minder omdat hun inkomen laag is. Nadien stijgen de inkomsten sneller dan de uitgaven, waardoor de leeftijdsgroep tussen 30 en 39 jaar statistisch het meest spaart.

Op latere leeftijd stijgt het inkomen uiteraard nog, maar de uitgaven - vooral voor studerende kinderen - gaan nog sneller de hoogte in, zodat de spaarquote daalt. En ze blijft dalen, want tegen het moment dat de kinderen afgestudeerd zijn, neemt de activiteitsgraad van de ouders snel af en doen (brug)pensioen en andere vormen van vervangingsinkomen de beschikbare middelen sneller dalen dan de uitgaven.

Veel, zegt Ledent, hangt daarbij ook af van de mentaliteit rond sparen. Zo valt het op dat spaarquote van een Vlaams gezin gemiddeld piekt rond 22 tot 23 procent om dan geleidelijk af te nemen en rond 65 jaar op nul te vallen. Waalse gezinnen sparen zelden meer dan 15 procent van hun beschikbare inkomen, maar houden dat niveau vrij lang aan.

De Waalse en de Vlaamse spaarquote kruisen elkaar rond de leeftijd van 60 jaar. Op dat ogenblik heeft het Vlaamse gezin een derde meer bijeengespaard dan het Waalse. Die spaarvoorsprong verklaart allicht waarom een Waals gezin ook na de pensionering nog ongeveer 3 procent van het beschikbare inkomen spaart.

Comments